3. Samenvatting van verslaggevinggrondslagen
3.1 Algemene toelichting
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS) zoals vastgesteld door de International Accounting Standards Board en goedgekeurd door de Europese Commissie. Deze standaarden zijn door een Europese verordening met ingang van 2005 verplicht voor alle beursgenoteerde ondernemingen in Europa. TenneT TSO is niet beursgenoteerd, maar heeft gekozen deze standaarden toe te passen teneinde (internationale) vergelijkbaarheid te bevorderen. Bovendien is toepassing van IFRS in toenemende mate noodzakelijk om een efficiënte toegang tot de kapitaalmarkten zeker te stellen.
De jaarrekening is opgesteld onder de historische kostenconventie, met uitzondering van de waardering van de derivate financiële instrumenten en financiële activa eventueel beschikbaar voor verkoop die op reële waarde zijn gewaardeerd.
Het opstellen van de jaarrekening vereist dat het management inschattingen maakt en veronderstellingen doet. De belangrijkste worden nader toegelicht op bladzijde 138.
Standaarden, Interpretaties en aanpassingen effectief in 2008, niet relevant voor TenneT of niet van invloed op de verslaggeving van TenneT:
- IFRIC 12 – Dienstverlening uit hoofde van concessie overeenkomsten
- IFRIC 14, IAS 19 – Beperking op assets op basis van pensioenregeling met vaste toezeggingen, minimale financieringseisen en hun samenhang (effectief vanaf 1 januari 2009)
- IFRIC 11 – Groep en Treausury Aandelen Transacties
- IFRIC 13 – Klant loyaliteit programma’s
Standaarden, Interpretaties en aanpassingen nog niet effectief in 2008 welke niet vervroegd zijn toegepast:
- IAS 1 – presentatie van de jaarrekening
- IAS 23 – financieringskosten (effectief vanaf 1 januari 2009)
- IFRS 3/IAS 27/IAS 12 – bedrijfscombinaties ( 1 juli 2009)
- IAS 39 – financiële instrumenten
- IFRS 1,IFRS 2, IFRS 5, IFRS 8, IAS 16, IAS 20, IAS 28, IAS 29, IAS 31, IAS 32, IAS 38, IAS 40, IAS 41 en IFRIC 7, 10,12,15 en 16
TenneT zal de implicaties van deze interpretaties in 2009 onderzoeken.
3.2 Grondslagen voor consolidatie
In de consolidatie worden de financiële gegevens van TenneT opgenomen en van de groepsmaatschappijen waarin TenneT direct of indirect een beslissende invloed kan uitoefenen ter zake van het bestuur en van het financiële beleid. De activa, schulden en resultaten van deze groepsmaatschappijen worden voor 100% in de consolidatie opgenomen. De financiële gegevens van joint ventures waarin op grond van een overeenkomst met anderen de zeggenschap gezamenlijk wordt uitgeoefend, worden proportioneel geconsolideerd op basis van de grondslagen van TenneT.
Voor nieuwe groepsmaatschappijen worden de financiële gegevens in de consolidatie betrokken met ingang van de datum waarop TenneT beslissende zeggenschap heeft verkregen. De verworven onderneming wordt vanaf het moment van acquisitie gewaardeerd tegen reële waarde van de verkregen activa, de uitgegeven vermogensinstrumenten en de overgenomen verplichtingen, vermeerderd met de kosten die direct voortvloeien uit de acquisitie. Identificeerbare verkregen activa en verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen (identificeerbare netto activa) in een bedrijfscombinatie, worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde op de overnamedatum, ongeacht de aanwezigheid van een eventueel minderheidsbelang. Het deel van de acquisitieprijs dat boven de reële waarde van het belang van TenneT in de verworven identificeerbare netto activa uitstijgt, wordt opgenomen als goodwill. Indien de acquisitieprijs lager ligt dan de reële waarde van de verworven identificeerbare netto activa, dan wordt het verschil direct opgenomen in de winst- en verliesrekening.
Een onderneming wordt gedeconsolideerd vanaf de datum dat de beslissende zeggenschap eindigt dan wel deel uitmaakt van bedrijfsactiviteiten die niet duurzaam zullen worden voortgezet. Het verschil tussen de verkoopprijs, de netto vermogenswaarde inclusief de gerelateerde goodwill en de reserve koersomrekeningsverschillen op de verkoopdatum, wordt opgenomen in de winst- en verliesrekening.
De in de consolidatie begrepen rechtspersonen zijn: Aandeel in kapitaal
|
DE IN DE CONSOLIDATIE BEGREPEN RECHTSPERSONEN ZIJN:
|
Aandeel in kapitaal
|
|
|
|
TenneT TSO B.V., Arnhem
|
(100%)
|
|
- CertiQ B.V., Arnhem
|
(100%)
|
|
- EnerQ B.V., Arnhem
|
(100%)
|
|
- Saranne B.V., Arnhem
|
(100%)
|
|
- TSO Auction B.V., Arnhem
|
(100%)
|
|
- B.V. Transportnet Zuid-Holland, Voorburg
|
(100%)
|
|
TenneT Holding B.V.
|
|
|
APX B.V., Amsterdam
|
(70,065%)
|
|
- APX Power Ltd., London, UK
|
(100%)
|
|
- APX Gas Zeebruggge B.V.
|
(100%)
|
|
- APX Commodities Ltd., Nottingham, UK
|
(100%)
|
|
- APX Clearing Ltd., London, UK
|
(100%)
|
|
- APX Gas NL B.V., Amsterdam
|
(100%)
|
|
- Endex European Energy Derivates
- Exchange N.V., Amsterdam,
|
(100%)
|
|
NOVEC B.V., Den Haag
|
(100%)
|
|
- Nozema Agro Beheer B.V.
|
(100%)
|
|
- Relined B.V., Utrecht
|
(50%)
|
|
New Values B.V., Utrecht
|
(50%)
|
|
- European Energy Auction B.V., Gemert
|
(100%)
|
|
NLink International B.V., Arnhem
|
(100%)
|
|
- BritNed Development Ltd., London U.K.
|
(50%)
|
De vennootschappen waarin een 50% belang wordt gehouden betreffen joint ventures. In de consolidatie is tevens begrepen de Stichting Beheer Doelgelden Landelijk Hoogspanningsnet, gevestigd te Arnhem.
Ongerealiseerde resultaten op transacties tussen de groep en haar deelnemingen worden geëlimineerd naar rato van het belang van de groep in de deelnemingen. Ongerealiseerde verliezen worden niet geëlimineerd. Waar noodzakelijk worden waarderingsgrondslagen van deelnemingen in overeenstemming gebracht met die van de groep.
3.3 Toelichting op het geconsolideerde kasstroomoverzicht
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode en is samengesteld uit de kasstroom uit clearingtransacties alsmede uit operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.
De kasstroom uit clearingtransacties heeft betrekking op activiteiten die voor rekening van derden worden verricht. Dit betreft de clearing van transacties op fysieke beurzen, het veilen van de capaciteit van de buitenlandverbindingen, de uitvoering van de wet ter stimulering van de milieukwaliteit van elektriciteitsproductie (MEP-subsidieregeling) en de handhaving van de energiebalans. Deze kasstroom wordt niet in de resultatenrekening verantwoord en is als voetnoot bij de balans gerubriceerd als liquide middelen niet vrij ter beschikking. TenneT loopt ten aanzien van deze activiteiten geen economische risico’s, behoudens krediet- en liquiditeitsrisico’s waarvoor adequate maatregelen zijn getroffen.
De vennootschap ontvangt een vergoeding voor deze dienstverlenende activiteiten.
3.4 Vreemde valuta
De posten in de jaarrekening worden gewaardeerd met inachtneming van de valuta van de primaire economische omgeving waarin de entiteit actief is (de functionele valuta). Deze geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in euro’s, zijnde de functionele en rapporteringvaluta van de vennootschap. De functionele en presentatievaluta van de vennootschappen in Groot-Brittannië is het Britse pond.
De balansposten die betrekking hebben op activa en verplichtingen in vreemde valuta worden omgerekend tegen de koers per balansdatum. De hieruit voortvloeiende omrekeningsverschillen worden in het resultaat over het jaar verwerkt. Transacties in vreemde valuta gedurende de verslagperiode zijn in de jaarrekening verwerkt tegen de gerealiseerde koers.
De activa en verplichtingen van de geconsolideerde buitenlandse groepsmaatschappijen worden op balansdatum omgerekend tegen de dan geldende wisselkoers. De als gevolg van wijzigingen van wisselkoersen optredende omrekeningsverschillen worden rechtstreeks in het eigen vermogen verantwoord. De resultaten van de geconsolideerde buitenlandse groepsmaatschappijen worden verantwoord tegen de gemiddelde koersen over het betrokken boekjaar. Bij gedeeltelijke verkoop van de investeringen in buitenlandse deelnemingen, worden de daaraan gerelateerde cumulatieve koersverschillen in de winst- en verliesrekening verantwoord.
Goodwill die ontstaat door de verwerving van een buitenlandse entiteit blijft genoteerd in de buitenlandse valuta en wordt omgerekend tegen de koers per balansdatum.
3.5 Grondslagen voor waardering van de activa en passiva
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa bestaan uit hoogspanningsstations, -verbindingen en overige activa en hebben ondermeer betrekking op de transportnetten waarvoor TenneT TSO is aangewezen als netbeheerder. De gronden waarop de hoogspanningsmasten zich bevinden, zijn niet in eigendom. Hiervoor worden gebruiksrechten betaald die jaarlijks ten laste van het resultaat komen.
Voor de waardering van de materiële vaste activa met betrekking tot het landelijk hoogspanningsnet, is gebruik gemaakt van de mogelijkheid in IFRS 1 om op transitiedatum (1 januari 2004) de materiële vaste activa te waarderen tegen de reële waarde, die vanaf dat moment als ‘veronderstelde kostprijs’ geldt. De reële waarde van het landelijk hoogspanningsnet is afgeleid van de gereguleerde activawaarde. Dit is een door de Energiekamer bepaalde waarde, die mede bepalend is voor de toegestane omzet.
De overige materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief bouwrente en toekomstige kosten voor amovering, onder aftrek van lineaire afschrijvingen over de geschatte gebruiksduur van het actief. De gebruiksduur en restwaarde van de materiële vaste activa worden jaarlijks beoordeeld en zonodig aangepast.
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs is, indien van toepassing, niet hoger dan het door de Energiekamer bepaalde investeringsbudget. Bij het bepalen van de afschrijvingssystematiek is rekening gehouden met het reguleringssysteem. Kosten voor modificatie en onderhoud gemaakt na eerste verwerking in de jaarrekening zijn inbegrepen in de boekwaarde van het actief dan wel als afzonderlijke actief opgenomen. Overige reparatie- en onderhoudskosten worden verantwoord in de winst- en verliesrekening in de periode waarin zij zich voordoen.
Investeringen die uitgevoerd worden op verzoek en voor rekening van derden worden geactiveerd na aftrek van de bijdragen van derden. Eventuele winst op deze projecten wordt aan het boekjaar toegerekend naar rato van de voortgang van het project.
De afschrijvingen worden lineair berekend uitgaande van de componenten met de volgende gebruiksduur in jaren:
| • Stations: |
Aarder, scheider, vermogensschakelaar
Beveiliging en besturingsapparatuur
Vermogenstransformatoren
Condensatorbanken
Telecommunicatieapparatuur
|
35
10 35
35
10
|
| • Verbindingen: |
Masten / Lijnen
Kabels (ondergronds)
|
20/40
40
|
| • Overige: |
Kantoorgebouwen
Kantoorautomatisering
Procesautomatisering
Overige bedrijfsmiddelen
|
40
3 - 5
3 - 5
5 - 10
|
Op grond (inclusief bouwrijp maken) wordt niet afgeschreven.
Investeringen gefinancierd uit veilinggelden Bepaalde investeringen in materiële vaste activa worden met toestemming van de Energiekamer gefinancierd uit opbrengsten uit de veiling van de capaciteit op de verbindingen met het buitenland. Deze bijdragen uit de veilinggelden worden afzonderlijk als investeringsbijdragen gepresenteerd en derhalve niet in mindering gebracht op de boekwaarden van de betreffende materiële vaste activa.
Immateriële activa Onder goodwill wordt verstaan het op het moment van verwerving bestaande positieve verschil tussen de verkrijgingprijs en de reële waarde van de verkregen activa en verplichtingen.
Computersoftware wordt geactiveerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijving. De afschrijvingstermijn is gelijk aan de geschatte economische gebruiksduur en bedraagt drie tot vijf jaar. De vervaardigingsprijs bestaat uit directe arbeidskosten inclusief een opslag voor indirecte kosten. Onderzoeks- en onderhoudskosten voor computersoftware worden verwerkt in de winst- en verliesrekening.
De overige immateriële activa bestaan uit een verworven handelsnaam, ledenbestand en contracten en relaties met participanten, en worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen. De afschrijvingstermijn is gelijk aan de geschatte economische gebruiksduur en bedraagt vijf, elf of veertien en een half jaar.
Onderzoekskosten worden direct ten laste van het bedrijfsresultaat gebracht. Ontwikkelingskosten betreffen de kosten van een nieuwe technologische ontwikkeling. Deze kosten worden opgenomen als een immaterieel actief wanneer het project, gezien de commerciële en technologische uitvoerbaarheid, naar alle waarschijnlijkheid succesvol zal zijn en wanneer de kosten op een betrouwbare manier kunnen worden vastgesteld.
Financiële activa en verplichtingen Financiële activa en verplichtingen worden als volgt gecategoriseerd:
- Tot einde looptijd aangehouden financiële activa en passiva: waardering initieel tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kosten gebruik makend van de effectieve interestmethode.
- Leningen en vorderingen: waardering initieel tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kosten gebruik makend van de effectieve interestmethode.
- Overige financiële activa en verplichtingen (inclusief die worden aangehouden voor verkoop): waardering tegen reële waarde met reële waardemutatie in de resultatenrekening.
Effecten en deposito’s met een resterende looptijd langer dan één jaar zijn opgenomen onder de langlopende financiële activa. Effecten en deposito’s met een oorspronkelijke looptijd van meer dan drie maanden en een resterende looptijd van minder dan 12 maanden vanaf balansdatum zijn geclassificeerd als kortlopende financiële activa. Deposito’s met een oorspronkelijke looptijd korter dan drie maanden zijn verantwoord onder liquide middelen.
Bijzondere waardevermindering van activa Voor goodwill of andere activa met een onbepaalde gebruiksduur wordt jaarlijks beoordeeld of sprake is van een bijzondere waardevermindering. Goodwill wordt jaarlijks beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen en wordt gewaardeerd tegen kostprijs, onder vermindering van cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Waardeverminderingen op goodwill zijn niet omkeerbaar.
Voor andere activa wordt periodiek geëvalueerd of er aanwijzingen zijn dat een actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien opportuun, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld, te weten de hoogste van de directe of indirecte opbrengstwaarde. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde. Een bijzondere waardevermindering wordt verwerkt in de winst- en verliesrekening.
Ten behoeve van het beoordelen of er aanwijzingen zijn dat een actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn, worden activa gegroepeerd tot het niveau waarop managementaansturing plaatsvindt en waarvoor separate kasstromen identificeerbaar zijn.
Belastinglatenties De met voorwaartse verliescompensatie en tijdelijke verschillen tussen de fiscale en bedrijfseconomische waarden van activa en verplichtingen verband houdende latente belastingvorderingen en verplichtingen, worden berekend op basis van de geldende tarieven voor de vennootschapsbelasting die van toepassing zijn op het moment van afwikkeling. Latente belastingvorderingen worden verwerkt voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winsten beschikbaar zijn waarmee de tijdelijke verschillen benut kunnen worden.
Salderen van actieve en passieve belastinglatenties vindt plaats indien deze vallen binnen een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en voor de termijnen waarbinnen realisatie wordt verwacht samenvallen.
Latente belastingvorderingen en -verplichtingen worden voor tijdelijke verschillen die ontstaan op investeringen in dochterondernemingen en deelnemingen alleen opgenomen indien de groep in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijke verschil te bepalen en het waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen.
Vaste activa aangehouden voor verkoop Onder vaste activa aangehouden voor verkoop wordt verstaan vaste activa waarvan waarschijnlijk is dat deze binnen een jaar worden verkocht, niet zijnde financiële instrumenten en vastgoedbeleggingen. De vaste activa aangehouden voor verkoop worden gewaardeerd tegen de boekwaarde of lagere reële waarde minus de verkoopkosten.
Voorraden De voorraden worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijzen onder toepassing van de fifo methode of lagere realiseerbare waarde, te weten de geschatte verkoopopbrengst.
Incidenteel worden projecten voor derden uitgevoerd. De projecten voor derden worden gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, zijnde directe materiaal- en arbeidskosten inclusief een opslag voor indirecte kosten, direct toerekenbaar uitbesteed werk, overige externe kosten en bouwrente. Indien op deze projecten aantoonbare resultaten ontstaan, wordt de winst aan het boekjaar toegerekend naar rato van de voortgang van het project. Voorzieningen voor verwachte verliezen worden genomen in de periode waarin komt vast te staan dat er sprake is van verliesgevende projecten en worden in mindering gebracht op de post projecten voor derden.
Debiteuren en overige vorderingen Debiteuren en overige vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde en vervolgens tegen geamortiseerde kosten gebruikmakend van de effectieve interestmethode, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen voor oninbaarheid.
Liquide middelen Liquide middelen betreffen saldi op bankrekeningen en andere korte termijn hoog liquide investeringen met een oorspronkelijke looptijd van drie maanden of korter. Tekorten op bankrekeningen worden verantwoord als schulden aan financiële instellingen.
Leningen Leningen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde minus de toe te rekenen transactiekosten. Vervolgens worden leningen gewaardeerd tegen geamortiseerde kosten waarbij het verschil tussen de initiële waardering en de aflossingswaarde wordt verwerkt in de winst- en verliesrekening over de looptijd van de lening. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de effectieve interestmethode. De aflossingsverplichtingen binnen een jaar worden als kortlopende verplichtingen gepresenteerd.
Investeringsbijdragen De onder de verplichtingen opgenomen investeringsbijdragen hebben betrekking op materiële vaste activa die eigendom zijn van TenneT TSO en waarvoor een bijdrage is ontvangen uit de veilinginkomsten. Jaarlijks valt een bedrag gelijk aan de afschrijvingslasten alsmede een deel van de exploitatiekosten vrij ten gunste van de overige opbrengsten.
Vooruit ontvangen bedragen De vooruit ontvangen bedragen hebben betrekking op gelden die verrekend worden in toekomstige tarieven of die niet vrij ter beschikking staan. Aan de onder de verplichtingen opgenomen vooruit ontvangen bedragen wordt rente toegevoegd.
Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. Bij een lange looptijd wordt de voorziening gebaseerd op de contante waarde. Het percentage is gebaseerd op de specifieke risico’s voor de verplichting. De toename in de voorziening door het verstrijken van de tijd wordt verwerkt als rentekosten.
De voorziening milieu en amovering dient ter dekking van de kosten voor het verwijderen van schadelijke stoffen en van te verlaten hoogspanningsverbindingen alsmede van ondergrondse kabeltracés. Deze voorziening wordt gewaardeerd tegen netto contante waarde.
Ter dekking van de kosten voor bijzondere personeelsregelingen waarvan de verplichtingen voor balansdatum zijn ontstaan, zijn voorzieningen opgenomen. Deze hebben betrekking op afvloeiing van personeel, jubileumuitkeringen en premies ziektekostenverzekeringen. De in deze voorzieningen opgenomen bedragen voor de premies voor ziektekostenverzekeringen en jubileumuitkeringen worden gewaardeerd op basis van actuariële grondslagen.
TenneT kent een aantal pensioen- en pensioengerelateerde regelingen voor huidige en voormalige werknemers. De pensioenen van nagenoeg alle medewerkers zijn ondergebracht bij het pensioenfonds ABP. Deze regeling is te karakteriseren als toegezegde-pensioenregeling, waarbij de pensioenuitkering gebaseerd is op de lengte van het dienstverband en het gemiddelde salaris van de werknemers gedurende dit dienstverband. De pensioenregeling van het pensioenfonds ABP kan aangemerkt worden als ‘multi-employer regeling’. IAS 19 verlangt dat bepaalde informatie inzake toegezegde-pensioenregelingen wordt toegelicht in de jaarrekening. Met name het saldo van de met de regeling samenhangende activa en passiva dient in de balans te worden opgenomen als een vordering en verplichting. Het ABP heeft aangegeven niet in staat te zijn om aan de deelnemende ondernemingen de informatie te verschaffen die volgens IAS 19 noodzakelijk is voor toegezegde-pensioenregelingen. Tevens bestaat geen verplichting tot bijstorting en/of onttrekking aan het fonds anders dan door wijziging van de jaarlijkse premies. Daarom wordt deze regeling behandeld als toegezegde-bijdrageregeling en worden de verschuldigde pensioenpremies over het boekjaar als pensioenlast in het resultaat verantwoord.
TenneT TSO heeft per 1 januari 2008 het wettelijke beheer over alle netten van 110 kV en hoger, met uitzondering van die netten waarop crossborderleases rusten. Dit is vastgesteld met vaststelling van de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON). TenneT heeft vanuit de WON een in rechte afdwingbare verplichting om het beheer van de netten boven 110 kV uit te voeren. Op grond van de omzetregulering voor de 4e reguleringsperiode, zoals vastgesteld door de Energiekamer, is het voor TenneT niet mogelijk deze verplichting kostendekkend uit te voeren. TenneT heeft hiervoor een voorziening gevormd.
Derivate financiële instrumenten Derivate financiële instrumenten worden gewaardeerd tegen reële waarde. Indien sprake is van een effectieve kasstroom afdekking worden de waardemutaties bij toepassing van hedge accounting verwerkt in het eigen vermogen.
Van een effectieve afdekking is sprake indien het afgeleide financiële instrument de mutaties in de reële waarden of de kasstromen van de afgedekte posities volledig compenseert. Tevens dient bij het aangaan van een transactie het volgende te zijn gedocumenteerd: de relatie tussen het afdekkinginstrument en de afgedekte positie, de risicobeheersingdoelstellingen en de uitgangspunten bij het aangaan van de verschillende afdekkingtransacties. Deze documentatie wordt opgesteld op het moment van ontstaan van een financieel afgeleid contract en wordt vervolgens actueel gehouden.
Indien het op grond van bovenstaande criteria niet is toegestaan de waardemutaties van derivate financiële instrumenten via het eigen vermogen te verwerken, wordt de waardemutatie verwerkt in de winst- en verliesrekening als financieringsbaten of -lasten.
3.6 Grondslagen voor bepaling van het resultaat
Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar.
Omzet De omzet voor aansluitdiensten, transportdiensten en systeemdiensten is voornamelijk gebaseerd op de door de Energiekamer voor het betreffende jaar vastgestelde tarieven, conform de tarievenstructuur zoals neergelegd in de Tarievencode en daarboven op aanvullende beschikkingen van de Energiekamer.
De omzet voor handhaving energiebalans is gelijk aan de kosten voor energie en vermogen om de energiebalans te handhaven. Dit vloeit voort uit het systeem van programmaverantwoordelijkheid. Daarbij zijn bedrijven die programmaverantwoordelijkheid uitvoeren op basis van de Systeemcode een prijs voor onbalans verschuldigd aan de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet, wanneer zij afwijken van het ingediende programma. Conform de Systeemcode dient de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet het saldo van onbalansverrekening en kosten voor energie en vermogen, op te nemen in het systeemdienstentarief van een volgend jaar.
De omzet uit hoofde van beursactiviteiten betreft de lidmaatschapsgelden, transactievergoedingen en opbrengsten voor de verrichte diensten door de energiebeurzen.
De omzet uit hoofde van de diensten marktfacilitering betreft hoofdzakelijk een vergoeding voor de kosten van deze diensten.
Rentebaten betreffen voornamelijk rentes ontvangen over zekerheidstellingen en kortlopende uitzettingen in het kader van de beursactiviteiten.
Overige opbrengsten De overige opbrengsten bestaan uit de amortisatie van de vooruitontvangen investeringsbijdragen.
Bedrijfslasten De kosten energie en vermogen betreffen de kosten voor inkoop van energie en vermogen voor de transportdiensten, systeemdiensten en handhaving energiebalans. Onder de kosten transportnetten en systemen zijn begrepen zowel de kosten van exploitatie van de transportnetten, alsmede de kosten voor onderhoud van systemen ten behoeve van de primaire bedrijfsprocessen.
De personeelskosten zijn verminderd met de opbrengsten uit hoofde van activeringen in het kader van de vervaardiging van materiële vaste activa.
Financieringsbaten en -lasten De financieringslasten betreffen interest op leningen, rekening courant faciliteiten en andere schuldposities. De financieringsbaten over de middelen die in beheer zijn gegeven bij de Stichting Beheer Doelgelden Landelijk Hoogspanningsnet en over de subsidiegelden MEP worden rechtstreeks aan de desbetreffende middelen toegevoegd.
Leases Leases waarbij het economisch eigendom rust bij de verhuurder worden gekwalificeerd als operationele lease. De betalingen uit hoofde van deze overeenkomsten worden lineair ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht over de periode van de lease.
Belastingen De belastingen over het resultaat worden berekend over het in de jaarrekening gepresenteerde resultaat naar geldende bepalingen en tarieven. Hierbij wordt rekening gehouden met fiscaal niet aftrekbare kosten en met de mogelijkheden van voorwaartse verliescompensatie.
Begin van de pagina ↑
|
|